Interview met Keith Bakker (2008)

Verslavingsdeskundige en mental coach Keith Bakker:


“Ik hou niet van helpen; daar is moeder Theresa voor”

De charismatische, half Nederlands half Amerikaanse, ex heroïnejunk Keith Bakker weet zijn gitzwarte verleden goed te verzilveren. Hij is als ‘verslavingsdeskundige’ een veelgevraagde gast op televisie en richtte verslavingskliniek Smith and Jones op voor de wat beter bedeelde verslaafde. Momenteel is hij elke dinsdag te zien in het NCRV programma Family Matters waarin hij ouders helpt met hun verslaafde kinderen.

Tekst Mylène de la Haye

Foto’s Pim Ras

Keith…

“Doe me een lol en kom hier bij me aan mijn bureau zitten. Ik zit graag op mijn eigen stoel als ik met je praat.  En zo kan ik goed naar je kijken.”

Ja baas. Ben je altijd zo dwingend?

“Nee, alleen met mooie vrouwen.”

Dank je, dus je prefereert geen blondines?

“Weet je waar ik bang voor ben? Dat ik niet op uiterlijk val maar op karakter.”

Waarom zou je daar bang voor moeten zijn?

“Omdat het een stuk makkelijker zou zijn als ik op uiterlijk zou vallen. Als je een mooi karakter zoekt, wordt de keuze immens veel kleiner.”

Hoe gaat het met je?

“Goed.”

Wat ben je aan het doen?

“Ik ben een beetje aan het opruimen. De laatste paar jaar is het heel hard gegaan met mij waardoor ik verwijderd raakte van datgene dat ik graag doe. Ik hou ervan om met verslaafde mensen en met name kinderen te werken. Maar ik heb er eigenlijk een bloedhekel aan om een bedrijf te runnen.”

Ben je niet zakelijk dan?

“Nou, ik ben een goede strateeg. Maar als ik me met de dagelijkse rompslomp van een bedrijf moet gaan bezig houden krijg ik zelfmoordneigingen. Als ik te vaak productievergaderingen heb, ga ik papieren vliegtuigjes vouwen en ze door de kamer gooien. Of de accountant schoppen. Eigenlijk ben ik een klein kind. Het goede nieuws is dat ik nu 48 jaar ben en er steeds meer achter kom wat ik wel- en wat ik niet wil.”

Wat wil je?

“Werken met mensen. Het liefst met tieners.”

Hoe kom jij eigenlijk aan je opvoedkundige kwaliteiten?

“Ik heb de ‘Zeedijk’ (drugsstraat in Amsterdam, red.) Universiteit doorlopen. Die studie heb ik glansrijk doorlopen en ik ben Cum Laude afgestudeerd. En daarvoor heb ik een tijdje op de Universiteit van Waardeloze Opvoeding gezeten. Ook daar heb ik veel van geleerd. Vooral dus hoe je het niet moet doen. Verder heb ik wat relevante cursussen gedaan. Over cognitieve gedragstherapie, realiteitstrainingen, praktijkgerichte behandelmethoden.”

Waarom werk je liever met tieners dan met volwassenen?

“Op de eerste plaats omdat ik zelf nog een beetje een tiener ben. Ik voel me het meest op mijn gemak met jonge mensen. In feite ben ik heel serieus, een piekeraar en een perfectionist. Kinderen halen het speelse in mij naar boven waardoor ik me veilig voel met hen en zij met mij. Met tieners weet je wat je krijgt. Mensen van mijn eigen leeftijd hebben vaak een verborgen agenda. En die hebben toch wat moeite met het feit dat ik ooit een halve gangster was die drugs uit Bogota smokkelde.”

Wat voor soort junkie was jij? Iemand om bang van te zijn?

“De reden waarom ik geen echte succesvolle crimineel of junkie ben geworden is omdat ik diep van binnen een goed mens ben. Ik was alleen ‘fucked up’. Ik was wel een goede junk in die zin dat ik op een effectieve en creatieve manier aan geld kwam om drugs te kopen. Ik was een professional. Maar ook ongelofelijk destructief. Ik ging tot het gaatje, tot bijna dood aan toe. Ik maakte het zo bont dat mijn vaste dealers me drugs weigerden te verkopen omdat ze niet wilden dat ik van hen mijn laatste shot zou krijgen.”

Is er met een verslaving te leven?

“Eventjes. In het begin is het leuk en feestelijk. Toen ik achttien was ging ik op tournee met Black Sabbath, als roadie. Dat was wild. Terugkijkend weet ik dat ik dat rock & roll bestaan koos omdat ik coke wilde snuiven en dat zou in die wereld geen probleem zijn. Maar aan het einde van mijn verslavingsperiode zat ik in mijn eentje in het donker in mijn woonkamer met de gordijnen dicht, denkend dat de politie buiten stond. Compleet paranoïde.”

Wat was je voor kind?

“Niet een normaal kind. Toen ik een jaar of elf was, trof mijn moeder me aan, helemaal verdiept in een boek over de Hells Angels. Toen wist ze dat ik anders was. Ik ben altijd gefascineerd geweest door de duistere kant. Bendes, het straatleven, dus ik ging daar als kind naar op zoek. Ik heb vrienden bij de Hells Angels. En ik ken bendeleden van de Bloods en de Crips. Ik vond het wel een mooi idealistisch idee, al die gelijkgestemden bij elkaar. Als ik niet zou doen wat ik nu doe, was ik misschien wel een Hells Angel geworden.”

Wat is je grootste motivatie om mensen van de drugs af te krijgen?

“Mijn leven als verslaafde, halve crimineel was eigenlijk behoorlijk miserabel. Eenzaam en destructief. Op een gegeven moment las ik het boek “Men search for meaning”, geschreven door een psycholoog die de concentratiekampen had overleefd. Het boek gaat erover waarom sommige mensen horrors overleven en anderen niet. Dat boek zette me aan het denken. Er zat een idealist in die destructieve tijdbom terrorist die ik was. Ik heb mijn verslaving duur moeten betalen, o.a. met een terminale ziekte (Bakker liep HIV op door besmette naalden, red.) en doordat ik nu doe wat ik doe, is dat allemaal niet voor niets geweest.”

Dus je wil mensen helpen?

(Trekt een vies gezicht) “Nee. Ik hou niet van helpen; daar is Moeder Theresa voor. Hopelijk geef ik mensen het juiste gereedschap om zichzelf te helpen.”

Dus je doet het niet uit mensenliefde?

“Ik hou van mensen maar tegelijkertijd kan ik de meeste mensen eigenlijk niet uitstaan. Veel mensen die bij me komen zijn behoorlijke klootzakken. Maar ik hou van ze vanwege het feit dat ze het gevecht aangaan. Ik ben ook met grote regelmaat een klootzak. Maar als ik ’s morgens opsta, ga ik mijn best doen. Zelfs als ik het verkeerd doe, is mijn intentie om het goed te doen.”

Waarin verschilt jouw aanpak van die van andere ontwenningsklinieken?

“Praktijkgerichtheid. Ik heb zelf zes ontwenningsprogramma’s gedaan die allemaal niet hebben gewerkt. Ik zeg niet dat ze slecht waren, misschien was ik er nog niet klaar voor. Maar ik ontdekte dat stoppen niet het grootste probleem was. Elke idioot kan stoppen met drinken of met snuiven. Maar er vanaf blíjven; dat is het probleem. Wij kijken niet alleen naar hoe we die destructieve terrorist in jou kunnen stoppen, maar ook naar het leven wat daarna weer opgebouwd moet worden en we gaan uit van de praktijk. Als je een alcoholist bent vragen we je ‘wat ga je vrijdagavond doen? Je zit thuis op de bank en je krijgt SMSjes van al je vrienden in de kroeg. Hoe reageer je daarop?’ We proberen mensen te stimuleren een nieuwe passie te vinden in hun leven. Niet om tijd te vullen. Maar iets dat zo leuk is dat het drinken, snuiven of gamen kan vervangen. Het maakt me niet uit wat het is. Schilderen a la Bob Ross of racen op een circuit.”

Is verslaving een ziekte?

“Nee. Het is een keuze. Alles in het leven is een keuze. Maar als je verslaafd bént, heb je geen keuze meer omdat je een slaaf bent. Dus wat we hier doen is mensen hun keuzemogelijkheid terug geven. En sommigen kiezen er dan voor om opnieuw de gevangenis in te gaan.”

Wie is jouw grootste vijand?

“Zelfdestructie. Dat is de grootste vijand van de mens. Ik ben een geschiedenisfreak en het is fascinerend om te zien hoe graag mensen zichzelf vernietigen. Ik geloof in God maar ik begrijp hem niet. Hij heeft de mens geschapen en heeft daarbij ieder mens uitgerust met een mechanisme om zichzelf stuk te maken. Zodra we worden geboren beginnen we daarmee. Het lijkt in onze natuur te zitten om het ongeluk op te zoeken. Of dat nou door koopziekte, drank, gamen, gokken, drugs, een destructieve relatie is; we vinden altijd wel iets dat pijn doet.”

Je behandelt ook kinderen met een gameverslaving. Hoe ernstig is dat probleem?

“Dat is een verschrikkelijke verslaving. Een wereldwijd probleem. Kijk, als een volwassenen aan de drank of drugs gaat, heeft hij al een bepaalde emotionele ontwikkeling opgebouwd. Een kind dat vanaf zijn zesde jaar in een virtuele wereld zit en dan op z’n eenentwintigste een keer aan de bel trekt, is een complete randdebiel geworden. Die heeft zoveel overgeslagen in zijn leven. Die heeft geen idee waar het moet zoeken in de ‘echte’ wereld. Zo’n spelletje is de enige omgeving waar hij zich geborgen en thuis in voelt.

Ouders vinden zo’n spelcomputer wel handig. Het vervangt de babysit. Zo’n kind zit dan lekker veilig op z’n kamertje achter z’n spelcomputer. Hij is in de buurt en je hebt geen last van hem. Joh, zet hem dan lekker op z’n kamertje met een crackpijpje. Is hij ook in de buurt, is hij lekker rustig. En heb je helemaal geen last meer van hem. Heel veel kids zitten zachtjes aan uit te doven op hun kamertjes. En niemand die het door heeft.”

www.smithandjones.nl

Family Matters, elke dinsdagavond om 20.25 uur op Nederland 3