Interview met Bart Chabot (2008)

Dichter, schrijver, performer Bart Chabot (53)

‘Ik vind het leven een gigantische klus’

Bart Chabot is dichter, schrijver en biograaf van Herman Brood. Toch kennen de meeste mensen hem het beste als hyperactieve, immer vrolijke televisiepersoonlijkheid. Maar dat is niet wie hij echt is.

Foto’s Pim Ras

Ik begin met een quote van Martin Bril. ‘U denk misschien dat Bart Chabot een vrolijke Frans is, maar dat is niet waar. Waarom zegt Martin Bril dat?

“Omdat Martin Bril me heel goed kent. Er is een heel groot verschil tussen degene die je op televisie bent en wie je thuis bent.”

Is dat een vrolijk BNer jasje dat je aantrekt zodra je publiekelijk verschijnt?

“Niet helemaal want ik ben soms wel vrolijk en uitbundig maar dat ben ik niet aan de lopende band. Helemaal niet zelfs. Ik vind het leven een gigantische klus. Dat heb ik vanaf het begin af aan gevonden, als kind al. Niet een loden last maar een aanzienlijke last.”

En is dat drukke, hyperactieve gedoe een manier om je erdoorheen te lachen?

“Deels. Televisie is een massamedium. Ik vind dat medium niet geschikt om mijn echte zielenroerselen ten toon te stellen. Als ik in het programma ‘Ik hou van Holland’ zit, wordt er van mij verwacht dat ik daar gezellig, jonge honderig, aanwezig ben.”

En dat doe je dan ook? Omdat het van je wordt verwacht?

“Ja. Dat kost me geen moeite. Dat zit ook wel in me natuurlijk. Er zit wel performancebloed in me en ik hoef dat ook niet te forceren. Als het me echt moeite zou kosten, zou ik er niet aan beginnen.”

Dat lijkt me ook erg vermoeiend, als je Bart Chabot zou moeten ‘spelen’.

“Ja, dat doe ik ook niet. Mensen denken dat ik altijd maar alles aanneem maar tegen twee derde van de aanvragen zeg ik ‘nee’.”

Maar er is dus een extreem verschil tussen hoe jij doet en hoe jij bent?

“Een beetje wel. En dat is ook wel verwarrend. Vooral voor mezelf. Ik kan het ook niet altijd opbrengen. Met name in gezelschappen vind ik het lastig. Ik merk dat mijn gehoor slechter is geworden door teveel rock en roll bandjes en ik versta mensen gewoon vaak niet als er geroezemoes op de achtergrond is. Het is zo gênant om voor de tiende keer ‘wat zeg je?’ te moeten zeggen tegen iemand.”

Omdat je vindt dat je altijd aardig moet zijn tegen iemand?

“Ja, zo zit ik in elkaar.”

Heb je nog nooit gezegd ‘ik heb niet zo’n zin in dit gesprek, ga weg’.

“Nee. Er zijn al genoeg mensen die onaardig tegen elkaar doen. Ik doe daar niet aan mee.”

Hoeveel mensen die jou van televisie kennen, weten dat jij het leven een enorme klus vindt?

“Vrijwel niemand.”

Behalve de mensen die zich echt verdiepen in jouw boeken en gedichten. Want daarin kun je jouw zwarte kant zonder erg veel moeite terug vinden.

“Ik weet ook wel dat mensen het uithangbord Bart Chabot beter kennen dan mijn echte werk. Maar met schrijven is het ‘let’s get serious’. Geen flauwekul. Het moment van de waarheid. Als ik schrijf zit ik helemaal in mijn eigen programma. Ben ik wie ik ben. Als ik op televisie ben, zit ik in het programma van een ander. En daarin krijg ik een taak. Om een quiz te doen. Of een dictee. Of om mijn rijbewijs te halen. Of om te dansen met een meisje uit Maastricht. Allemaal dingen die niets te maken hebben met mijn eigenlijke werk.”

Dus je uithangbord staat heel ver af van je eigenlijke werk en van je eigenlijk ik. Dan ben je een goede PR machine.

“Over het woord PR machine moet ik even nadenken. Nee. Ik doe het ook omdat ik het echt leuk vind. Kijk, zoals ik met die brandblusser op de foto sta, Martin Bril of een andere schrijver zou dat niet snel doen nee. Die zou bij een bureau of een boekenkast gaan staan. Of uit het raam kijken naar een dijkje verderop. Ik neem mezelf niet zo vreselijk serieus. Het is allemaal niet zo vreselijk belangrijk wat ik doe. Wat wij allen doen.”

Hoeveel mensen kennen jou echt?

“Die zijn te tellen op de vingers van twee handen. Anton Corbijn weet dat, Jolanda (zijn vrouw, red.) weet dat, Martin Bril, Herman (Brood, red.) wist dat, Jules (Deelder, red.) weet dat, Pieter Kramers, een niet bekende vriend, en dan ben je er al aardig.”

En wie is jouw grootste helper bij het volbrengen van jouw ‘klus’.

“Ikzelf. Ik los het zelf op. Ik val anderen daar niet mee lastig. Ik ben ook wel van de afdeling ‘sterk in je schoenen staan’. Kijk, de dingen die voor mij het leven zwaar maken, zijn helemaal niets vergeleken met de problemen waarmee anderen zitten. Ga maar naar Rwanda en wees dan maar een Tutsi die in de handen valt van een Hutu en je kop gaat er af. Trouwens, dan ben je nog een spekkoper want je kop gaat er niet in één keer af. Eerst doen ze nog wat andere dingen met je. Dat zijn echte problemen. Dus ik ben altijd bij uitstek degene die mijn eigen sores zwaar relativeert. Ik heb gewoon een geweldig leven kunnen leiden tot nu toe. Geweldige vriendschappen mee mogen maken. Fantastische mensen ontmoet die om mij hebben gegeven en die er niet allemaal meer zijn maar die mijn leven waanzinnig hebben verrijkt.”

Is Jolanda de rots in jouw leven?

“Ja, ja, ik heb het aan haar te danken dat ik hier überhaupt nog zit.”

Had je het niet alleen gekund?

“Nee. Ik was hard op weg mezelf het graf in te werken. Door middel van drank voornamelijk. Ik zat er zwaar aan. En dan bedacht ik wel noodoplossingen om het nog een beetje in de hand te houden. Alleen op even dagen drinken bijvoorbeeld. Of alleen wijn en bier en geen sterke drank. Allemaal gelul natuurlijk. Je weet hoe dat gaat met alcoholisten. Je verzint altijd wel een smoes om er om negen uur ’s ochtends weer een borrel in te gooien.”

Jij hebt de best opgevoede kinderen van Nederland. Hoe is dat mogelijk met zo’n vader?

“Ik stopte met drank toen de kinderen nog heel klein waren. De kinderen gingen altijd voor alles, ik dronk nooit als ik de zorg over hen had. Ik heb altijd veel kinderen gewild en ik neem hun opvoeding zeer serieus.”

Hoe kan het dat Jolanda, een arts en echt een voetjes-aan-de-grond vrouw, viel voor zo’n ongeleid projectiel als jij? Waar is ze op gevallen?

“Er zijn een aantal dingen die ze plezierig aan me vindt. Om te beginnen: ik ben natuurlijk niet down te krijgen. We hebben al gezien dat er twee kanten aan me zitten maar ik laat me door het leven niet op mijn kop zitten. Ik los mijn eigen sores op. Ook naar haar toe. Zij is wat aan de zwaarmoedige kant soms en ik heb een soort levensvreugde en een honger naar het leven. Ik ben goed in staat om haar uit die zwaarmoedigheid te halen. Verder gebeurt er een hoop in ons leven. Mede door mijn bijdrage. Het is geen saaie boel.”

En dat apprecieert ze ook echt? Er zijn vrouwen die dat gebrek en structuur niet altijd kunnen waarderen.

“Nou, eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ze er ook wel eens knettergek van wordt. Dan roept ze weer: met Bart valt niets af te spreken. Maar over het algemeen apprecieert ze het. Ten derde hebben we elkaar laat leren kennen en heb ik haar altijd goed kunnen laten voelen hoeveel waarde ik hecht aan onze relatie. En hoe oprecht ik van haar hou. Wat ook echt het geval is. Ik mag in mijn handen knijpen met zo’n vrouw. Eigenlijk.”

Waarom zeg je ‘eigenlijk’?

“Zij is op mij gevallen in een stadium van mijn leven dat ik niet was waar ik nu ben. Verre van.”

Je was een risicofactor?

“Ja, ik was een niemand toen. Ik had mijn studie opgezegd, werkte voor een uitzendbureau. Dronk. Alles wees erop dat ik in de goot zou belanden. En toch werd ze verliefd op mij. Op dat jongetje dat in me zat. Dat heb ik nooit willen verloochenen. Ik heb altijd gedacht: dat moet ik nu eens niet verkloten. Gelukkig is het zo dat ik erg goed ben in langdurige vriendschappen; ik ben een erg loyaal iemand. Je moet het echt bont maken wil het bij mij stuk gaan.”

Tenslotte: waaróm vind je het leven nou eigenlijk zo’n grote klus?

“Omdat ik heel diep van binnen geen enkel gevoel van eigenwaarde heb. Ik heb een doodsverlangen en een doodsangst. Kijk uit het raam naar deze straat; dat zijn allemaal decorstukken. Die waren er al voordat ik er was. En die zijn er nog steeds als ik er niet meer ben. Dus die zijn eigenlijk veel echter dan ik. Wat ik doe maakt allemaal geen moer uit. Ik doe wat rare kapriolen en dan verdwijn ik weer.”

Het leven is zinloos?

“Ja, natuurlijk.”

Je bent elke dag jarig maar moet wel zelf de slingers ophangen?

“En een cadeautje voor jezelf kopen. Hetgeen niet geruild mag worden omdat je de bon bij aankoop al kwijt bent geraakt.”